Algemene spelregels

Algemene spelregels

Aanvoerder

Elk team heeft een aanvoerder. De aanvoerder zorgt ervoor dat zijn team en de teambegeleiders zich netjes gedragen. Ook let hij op dat zijn team goed wisselt.

Als de aanvoerder uit het veld wordt gestuurd (bij een persoonlijke straf), wijst hij een ander als aanvoerder aan. De aanvoerder draagt een band of een ander teken. Dat mag om de bovenarm, aan de schouder of om de kous.

Wat draag je?

De spelers van elk team dragen kleding van de club waarvoor zij spelen. De kleding bestaat uit hetzelfde shirt, broek of rokje en dezelfde sokken. Elke club heeft zijn eigen kleuren. Lijken de kleuren van twee clubs te veel op elkaar? Dan moeten de spelers van het team dat op bezoek komt een ander shirt en andere sokken aan. Ze spelen natuurlijk wel weer allemaal in dezelfde kleur. Je mag niks dragen dat gevaarlijk kan zijn voor andere spelers. Als je speelt moet je scheenbeschermers dragen en ook het dragen van een mondbeschermer is verplicht. Bij een strafcorner mag je als verdediger een masker dragen.

De wedstrijd

Hoe lang duurt een wedstrijd?
Je speelt twee helften van 35 minuten. Na de eerste helft heb je een pauze van 5
minuten.

Wie mag beginnen?

De wedstrijd begint met een toss. Een toss bepaalt welk team mag beginnen. De scheidsrechter loot, bijvoorbeeld door een muntje op te gooien en te laten vallen. De teams mogen kiezen tussen kop of munt. Win je met je team de toss? Dan mag je de beginslag nemen of de speelrichting in de eerste helft kiezen. Kiest je team bijvoorbeeld de speelrichting, dan mag het andere team de beginslag nemen. Als het andere team de beginslag neemt, mag jouw team de tweede helft beginnen. In de tweede helft speel je in omgekeerde richting.

Hoe neem je de beginslag?
Je neemt de beginslag vanaf het midden van de middenlijn. Daarbij mag je de bal
in elke richting spelen. Alle spelers, behalve de speler die de beginslag neemt, moeten op hun eigen helft zijn (de helft waar hun doel staat).


Wat zijn de taken van een scheidsrechter?

De scheidsrechters:
- fluiten als ze een overtreding zien;

- fluiten als een team een doelpunt maakt;

- houden bij hoeveel doelpunten elk team maakt;

- houden in de gaten dat de teams twee keer 35 minuten spelen;

- zetten de gescoorde doelpunten en de gegeven kaarten bij persoonlijke straffen op het wedstrijdformulier.

-De belangrijkste taak: zorg dragen dat het spel vriendschappelijk blijft!


Bal buiten het veld
De bal is buiten het veld als die helemaal over de zijlijn of achterlijn gaat. Raakte je tegenstander de bal voor het laatst aan bij de zijlijn? Dan mag jij de bal nemen op
de plek waar die over de zijlijn ging. Raakt je tegenstander of de keeper de bal voor het laatst aan bij de achterlijn? Dan mag je een lange corner nemen. Dit doe je op de 23-meterlijn, recht tegenover het punt waar de bal over de achterlijn is gegaan. Speelde je tegenstander of de keeper de bal expres over de achterlijn? Dan mag je een strafcorner nemen.

Wanneer bega je een overtreding?
Als je in het veld staat, is het belangrijk dat je je sportief gedraagt!

Het is niet sportief als je bijvoorbeeld:

- scheldt op je tegenstander of op de scheidsrechter;

- met spullen gooit;

- tijd rekt.


Wat mag je als speler nog meer niet?
Je mag je stick niet gevaarlijk gebruiken of loslaten.

Je mag je tegenstander niet:

- blokkeren, aanraken of aan de stick of kleding vastpakken;

- afschrikken of storen waardoor hij de bal niet kan spelen;

- benaderen binnen 5 meter als die tegenstander een bal wil

aannemen die bij een scoop naar beneden kom

Je mag de bal niet:

- met de achterkant van je stick (bolle kant) spelen;

- spelen als de bal hoger komt dan je schouder;

(Dit is zo bij de junioren. Alleen wanneer je een schot op doel tegen wilt houden mag je de bal met de stick boven je schouder tegenhouden. Dit mag nooit gevaarlijk zijn. Bij senioren mag je de bal wel spelen of stoppen als de bal hoger komt dan je schouder als het maar niet gevaarlijk is).

- gevaarlijk spelen of met je lichaam spelen;

- expres omhoog (boven kniehoogte) slaan. Dat mag alleen bij een schot op doel. Met een scoop mag je de bal wel omhoog spelen. Altijd geldt: dit mag nooit gevaarlijk zijn.

Je mag je lichaam niet:

- gebruiken om te hinderen waardoor je tegenstander niet bij de bal kan. Dit

heet afhouden;

- gebruiken om de bal te krijgen.

Strafcorner

Je mag een strafcorner nemen als je tegenstander:

- expres een overtreding maakt binnen zijn 23-metergebied en buiten zijn cirkel;

- een overtreding maakt binnen zijn cirkel;

- de bal expres over de achterlijn speelt;

of

- als de bal in de cirkel vastzit in de kleding of uitrusting van de keeper. Een vrije slag nemen


12 KNHB Hockeyspelregels in een notendop

 

Waar neem je de strafcorner?

De bal moet op de achterlijn liggen:

- binnen de cirkel;

- in ieder geval 10 meter van de doelpaal. De kant van het doel mag je zelf kiezen

 

Strafbal

Je mag een strafbal nemen als je tegenstander:

- een overtreding maakt binnen zijn cirkel en daarbij een doelpunt tegenhoudt (bijvoorbeeld met de voet);

- een opzettelijke overtreding binnen de cirkel maakt als jij de bal hebt, waardoor jij de bal niet kunt spelen.

 

Waar neem je de strafbal?

De bal moet op de strafbalstip liggen.

Hoe neem je een strafbal?

Wat doe jij?

- Alleen jij en de keeper mogen binnen het 23-metergebied zijn.

- Je moet achter de bal en binnen speelafstand van de bal staan, voordat je de - Je mag de bal niet spelen voordat de scheidsrechter heeft gefloten.

- Je mag niet doen alsof je de bal speelt (je mag dus geen schijnbeweging maken).

- Je mag de bal met een push of scoop spelen en het maakt niet uit hoe hoog je de bal speelt.

- Je mag de bal maar één keer spelen. Bal gaat spelen

 

Persoonlijke straffen

-Groene kaart: tijdelijk van het veld

Je kunt van de scheidsrechter een persoonlijke straf krijgen voor een

overtreding, bijvoorbeeld als je commentaar geeft op de scheidsrechter of op je tegenstander. De scheidsrechter kan je met woorden waarschuwen of met een groene kaart. Bij een groene kaart stuurt de scheidsrechter je voor 2 minuten het veld uit. Je team speelt tijdelijk met een speler minder. De scheidsrechter geeft aan wanneer je er weer in mag.

 

-Gele kaart: tijdelijk van het veld

De scheidsrechter kan er ook voor kiezen om je voor minimaal 5 minuten uit het veld te sturen. Hij kan dit met een gele kaart aangeven. Krijg je een gele kaart, dan speelt jouw team tijdelijk met een speler minder. Als je een gele kaart krijgt, moet je plaatsnemen op de spelersbank van je team. De scheidsrechter geeft aan wanneer je er weer in mag.

 

-Rode kaart: definitief van het veld

Als je een erge overtreding maakt, kan de scheidsrechter je voor de rest van de wedstrijd

uit het veld sturen. Hij kan dit met een rode kaart aangeven. Krijg je een rode kaart, dan speelt jouw team voor de rest van de wedstrijd met een speler minder. Bij een rode kaart moet je van het veld en mag je niet meer in de directe omgeving van het veld komen.

 

-Kaart voor teambegeleider

Ook een teambegeleider kan een groene, gele of rode kaart krijgen. Bij een gele kaart mag hij ten minste 10 minuten geen aanwijzingen geven aan zijn team en moet hij buiten het veld gaan staan. Bij een rode kaart moet hij bij het veld weggaan. Bij een gele en rode kaart voor de teambegeleider speelt het team gedurende de straf met een speler minder in het veld. Het hoeft niet steeds dezelfde speler te zijn, je mag wisselen.


Klik hier voor alle spelregels! En hier voor de regels voor de E6 en E8- tallen!